June 6, 2026
📜Longread: De gnostische Jezus in de Nag Hammadi geschriften: vijf teksten, vijf christologieën
❤️ 🙏In april gaf ik een lezing over de Nag Hammadi geschriften. De Nag Hammadi-geschriften tonen verschillende beelden van Jezus Christus. Deze longread beschrijft vijf van deze zogeheten ‘christologieën’ gebaseerd op de Nag Hammadi geschriften. Ik vind deze geschriften erg mooi en daarom heb ik deze longread opgesteld!
✝️Christologie betreft het theologisch onderzoek naar wie Jezus was en is — naar zijn eigenschappen, zijn incarnatie, zijn dood en opstanding. De Nag Hammadi-bibliotheek kent geen eenduidige christologie maar een spectrum van Christusfiguren in verschillende geschriften, met elk een eigen opvatting rond verlossing. Een verbindende lijn in deze teksten is dat het probleem van de mens niet primair als zonde wordt beschreven, maar als onwetendheid; Christus verschijnt daarbij vooral als degene die kennis (gnosis) overdraagt zodat de mensen ‘wakker worden uit de onwetendheid’. Hoe die overdracht plaatsvindt, wat de aard van de Christusfiguur is en wat de verhouding tussen leraar en leerling is, verschilt per tekst.
👁️ De Nag Hammadi geschriften worden als gnostische geschriften beschouwd. Het Griekse woord gnosis betekent “kennis”, maar in deze context gaat het niet om louter intellectuele kennis. Het gaat om verlossend inzicht dat de mens innerlijk kan ervaren: kennis van de ware aard van mens, wereld en goddelijke oorsprong.
Hieronder bespreek ik vijf teksten in thematische volgorde, met bijgevoegde afbeeldingen ter ondersteuning. De reeks loopt van de Jezus die verlossende spreuken en teksten uitspreekt (het Evangelie van Thomas) tot aan de Jezus waarbij de leerling zelf Christus wordt (het Evangelie van Filippus).
🏺In december 1945 werden bij Nag Hammadi in Opper-Egypte Koptische papyruscodices gevonden, volgens het bekende ontdekkingsverhaal in een verzegelde kruik. De collectie bestaat uit twaalf leergebonden codices en resten van een dertiende, met in totaal 52 tractaten, waaronder 46 verschillende teksten. De meeste geschriften zijn Koptische vertalingen van oudere Griekse teksten. De codices dateren uit de vierde eeuw. Over hun herkomst bestaat discussie. Vaak wordt een verband gelegd met een Pachomiaans kloostermilieu in de omgeving van Nag Hammadi en met de kerkvader Athanasius’ en zijn Paasbrief uit het jaar 367, waarin hij een afgebakende canon van bijbelse geschriften noemt en waarschuwt tegen apocriefe (buitenbijbelse) boeken zoals de Nag Hammadi geschriften.
📖Het Evangelie van Thomas (NHC II,2)
De Jezusfiguur wordt in deze tekst aangeduid als “de levende Jezus”. De proloog opent met: "Dit zijn de verborgen woorden die de levende Jezus sprak en die Didymos Judas Thomas heeft opgeschreven." Hij is degene wiens stem doorklinkt in de 114 logia (spreuken), en die stem werkt voor wie zelf de betekenis vindt: "Wie de betekenis van deze woorden vindt, zal de dood niet smaken" (logion 1). In logion 13 onttrekt zijn kennis zich aan openbare overdracht — hij neemt Thomas apart en vertelt hem drie woorden; bij terugkomst zegt Thomas: "Als ik u één van de dingen vertel die hij mij heeft gezegd, zult u stenen opnemen en naar mij werpen, en vuur zal uit de stenen komen en u verbranden." Logion 77 verbindt de levende Jezus met licht, het Al en aanwezigheid in de concrete werkelijkheid: “Ik ben het licht dat boven alles is. Ik ben het Al. Het Al is uit mij voortgekomen en het Al is tot mij gekomen. Klief een stuk hout — ik ben daar. Til een steen op — en u zult mij daar vinden.” En in logion 108 maakt hij de overdracht expliciet: "Wie uit mijn mond drinkt, zal worden zoals ik. Ik zelf zal die persoon worden, en de verborgen dingen zullen aan hem geopenbaard worden.”
🕊️Het Evangelie van de Waarheid (NHC I,3)
Christus is in deze tekst de openbaarder van de Vader. De Vader had een "levend boek" geschreven — de kennis van zichzelf — dat in zijn "ondoorgrondelijke regionen" lag en "gereserveerd was voor hem die het zou nemen en gedood worden" (NHC I,3, 19.27–30). Wat daarop volgt is de kern van Christus' rol: "Daarom verscheen Jezus. Hij bekleedde zich met dat boek. Hij werd aan een boom genageld. Hij publiceerde het edict van de Vader aan het kruis" (20.23–25). De auteur roept uit: "O, wat een groot onderricht!" (20.25–26). Eerder in de tekst wordt Christus aan het kruis "een vrucht van de kennis van de Vader" (18.24–26): "degenen die ervan aten, gaf hij reden tot blijdschap in de ontdekking. Want hij vond hen in zichzelf, en zij vonden hem in zichzelf."
🕯️Apokryphon van Johannes (NHC II,1; III,1; IV,1; BG 8502)
Christus is hier de hemelse openbaarder die in een crisismoment verschijnt. Johannes loopt na een ontmoeting met de Farizeeër Arimanios weg van de tempel; Arimanios heeft hem gezegd: "Met bedrog heeft deze Nazarener jullie misleid; hij heeft jullie oren gevuld met leugens, jullie harten gesloten, en jullie afgekeerd van de tradities van jullie vaderen." (NHC II,1). In de woestijn openen de hemelen zich. Christus toont zich in wisselende gedaanten — jongeman, oude man en dienaar — en spreekt: "Johannes, Johannes, waarom twijfel je? Waarom ben je bang? Ik ben het die altijd bij jullie is. Ik ben de Vader, ik ben de Moeder, ik ben de Zoon." Het grootste deel van de tekst bestaat vervolgens uit een openbaringsrede, onderbroken door vragen van Johannes. Daarin worden de Onzichtbare Geest, de eerste gedachte Barbelo, de val van Sophia, de demiurg Yaldabaoth, de Archonten en de schepping van Adam uiteengezet.
✨Apocalyps van Petrus (NHC VII,3)
Petrus ziet in een openbaring aan hem bij de kruisiging twee figuren: een lichaam aan het kruis en daarboven de levende Jezus, blij en lachend. Petrus vraagt: "Wie is degene boven het kruis, die blij is en lacht? En wie is die ander, in wiens handen en voeten zij slaan?" Jezus antwoordt (NHC VII,3, 81.15–24; 82.27–83.8): "Hij die je boven het kruis ziet, blij en lachend, is de levende Jezus. Maar hij in wiens handen en voeten zij de nagels drijven is zijn vleselijk deel, de plaatsvervanger. Zij beschamen slechts zijn gelijkenis." De Tweede Verhandeling van de Grote Seth (NHC VII,2) sluit hierop aan met Christus in de eerste persoon: “Ik stierf niet in werkelijkheid maar in schijn. Het was een ander, hun vader, die de gal en de azijn dronk; ik was het niet. Zij sloegen mij met de rietstok; het was een ander, Simon, die het kruis op zijn schouders droeg.” Daarmee wordt het lichamelijke lijden onderscheiden van de levende Christus, die boven het lijden uit gaat.
💧Evangelie van Filippus (NHC II,3)
Christus is in deze tekst de gezalfde wiens zalving doorgegeven wordt. De naam Christos betekent "de gezalfde"; wie het chrisma ontvangt, draagt dezelfde naam. De tekst stelt over wie de zalving heeft ontvangen: "Deze is niet langer een christen, maar een Christus." De tekst noemt vijf mysteriën of sacramentele handelingen: doop, zalving, eucharistie, verlossing en bruidsvertrek. In Valentiniaanse uitleg wordt het bruidsvertrek verbonden met de hereniging van wat gescheiden is: mannelijk en vrouwelijk, mens en hemelse tegenhanger. Christus is ook degene die de scheiding ongedaan maakt waarmee de dood begon: "Toen Eva nog met Adam was, bestond de dood niet. Toen zij van hem gescheiden werd, kwam de dood in het bestaan. Als hij weer compleet wordt en zijn vroegere zelf bereikt, zal de dood niet meer zijn."
🌟Wat hebben deze teksten gemeen?
Er is niet echt een eenduidige christologie in de Nag Hammadi geschriften — de teksten spreken elkaar op cruciale punten tegen. Wel worden drie terugkerende uitgangspunten zichtbaar.
Kennis als verlossing: Jezus verschijnt in deze teksten vooral als brenger van kennis, niet primair als drager van plaatsvervangend lijden. Het probleem van de mens is niet zonde, maar slaap of onwetendheid, verlossing is ontwaken.
De overbrugbare afstand: de relatie Christus-mens is die van leraar en leerling, van degene die wakker wil maken en de slapende, bruidegom en bruid; in het Evangelie van Thomas en Filippus wordt de afstand nog kleiner — de leerling wordt meester, de gezalfde wordt een christus.
De kruisiging staat niet centraal: in geen van de teksten staat het kruis centraal — het is zelfs volkomen afwezig of in andere context geplaatst.